10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Zich scheren (zich scheren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van zich scheren (zich scheren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Zich scheren (zich scheren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 4: Objecten en mensen beschrijven (Objecten en mensen beschrijven)

Les 23: Fysiek en uiterlijk (Fysiek en uiterlijk)

Infinitief Voltooid deelwoord
Zich scheren (Zich scheren) Zich geschoren (Zich geschoren)

Werkwoordsvormen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Nederlands Nederlands
ik scheer mij ik scheer mij
jij scheert je jij scheert je
hij/zij/het scheert zich hij/zij/het scheert zich
wij scheren ons wij scheren ons
jullie scheren je jullie scheren je
zij scheren zich zij scheren zich

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Nederlands Nederlands
ik scheerde me ik scheerde me
jij scheerde je jij scheerde je
hij/zij/het scheerde zich hij/zij/het scheerde zich
wij scheerden ons wij scheerden ons
jullie scheerden je jullie scheerden je
zij scheerden zich zij scheerden zich

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Nederlands Nederlands
ik heb me geschoren ik heb me geschoren
jij hebt/heeft je geschoren jij hebt/heeft je geschoren
hij/zij/het heeft zich geschoren hij/zij/het heeft zich geschoren
wij hebben ons geschoren wij hebben ons geschoren
jullie hebben je geschoren jullie hebben je geschoren
zij hebben zich geschoren zij hebben zich geschoren

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Nederlands Nederlands
ik heb me geschoren ik heb me geschoren
jij hebt/heb je geschoren jij hebt/heb je geschoren
hij/zij/het heeft zich geschoren hij/zij/het heeft zich geschoren
wij hebben ons geschoren wij hebben ons geschoren
jullie hebben jullie geschoren jullie hebben jullie geschoren
zij hebben zich geschoren zij hebben zich geschoren

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Nederlands Nederlands
ik zal me scheren ik zal me scheren
jij zult/zal je scheren jij zult/zal je scheren
hij/zij/het zal zich scheren hij/zij/het zal zich scheren
wij zullen ons scheren wij zullen ons scheren
jullie zullen je scheren jullie zullen je scheren
zij zullen zich scheren zij zullen zich scheren

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Nederlands Nederlands
ik zal me hebben geschoren ik zal me hebben geschoren
jij zult je hebben geschoren jij zult je hebben geschoren
hij/zij/het zal zich hebben geschoren hij/zij/het zal zich hebben geschoren
wij zullen ons hebben geschoren wij zullen ons hebben geschoren
jullie zullen je hebben geschoren jullie zullen je hebben geschoren
zij zullen zich hebben geschoren zij zullen zich hebben geschoren
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Nederlands Nederlands
ik zou me hebben geschoren ik zou me hebben geschoren
jij zou je hebben geschoren jij zou je hebben geschoren
hij/zij/het zou zich hebben geschoren hij/zij/het zou zich hebben geschoren
wij zouden ons hebben geschoren wij zouden ons hebben geschoren
jullie zouden je hebben geschoren jullie zouden je hebben geschoren
zij zouden zich hebben geschoren zij zouden zich hebben geschoren

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Nederlands Nederlands
ik zou me geschoren hebben ik zou me geschoren hebben
jij zou je geschoren hebben jij zou je geschoren hebben
hij/zij/het zou zich geschoren hebben hij/zij/het zou zich geschoren hebben
wij zouden ons geschoren hebben wij zouden ons geschoren hebben
jullie zouden je geschoren hebben jullie zouden je geschoren hebben
zij zouden zich geschoren hebben zij zouden zich geschoren hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Nederlands Nederlands
Scheer! Scheer!