10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.39: Eten bestellen en uit eten gaan - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De bakker


De bakker

2

De villa


De villa

3

De boom


De boom

4

Wandelen


Wandelen

5

Het strijkijzer


Het strijkijzer

Oefening 3: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Jij opent de koelkast in de keuken.
Jij opent de koelkast in de keuken.
2. Ik wandel in de tuin.
Ik wandel in de tuin.
3. De plant is in de tuin.
De plant is in de tuin.
4. De eigenaar heeft de hypotheek op het huis.
De eigenaar heeft de hypotheek op het huis.
5. Zet de stofzuiger aan in de woonkamer voor het schoonmaken.
Zet de stofzuiger aan in de woonkamer voor het schoonmaken.