10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Vieren (vieren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van vieren (vieren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Vieren (vieren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 1: Jezelf voorstellen (Jezelf voorstellen)

Les 6: Je leeftijd zeggen (Je leeftijd zeggen)

Infinitief Voltooid deelwoord
Vieren (Vieren) Gevierd (Gevierd)

Werkwoordsvormen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Nederlands Nederlands
ik vier ik vier
jij viert jij viert
hij/zij/het viert hij/zij/het viert
wij vieren wij vieren
jullie vieren jullie vieren
zij vieren zij vieren

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Nederlands Nederlands
ik vierde ik vierde
jij vierde jij vierde
hij/zij/het vierde hij/zij/het vierde
wij vierden wij vierden
jullie vierden jullie vierden
zij vierden zij vierden

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Nederlands Nederlands
ik heb gevierd ik heb gevierd
jij hebt/heb gevierd jij hebt/heb gevierd
hij/zij/het heeft gevierd hij/zij/het heeft gevierd
wij hebben gevierd wij hebben gevierd
jullie hebben gevierd jullie hebben gevierd
zij hebben gevierd zij hebben gevierd

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Nederlands Nederlands
ik heb gevierd ik heb gevierd
jij hebt/gevierd jij hebt/gevierd
hij/zij/het heeft/gevierd hij/zij/het heeft/gevierd
wij hebben/gevierd wij hebben/gevierd
jullie hebben/gevierd jullie hebben/gevierd
zij hebben/gevierd zij hebben/gevierd

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Nederlands Nederlands
ik zal gevierd hebben ik zal gevierd hebben
jij zult gevierd hebben jij zult gevierd hebben
hij/zij/het zal gevierd hebben hij/zij/het zal gevierd hebben
wij zullen gevierd hebben wij zullen gevierd hebben
jullie zullen gevierd hebben jullie zullen gevierd hebben
zij zullen gevierd hebben zij zullen gevierd hebben

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Nederlands Nederlands
ik zal gevierd hebben ik zal gevierd hebben
jij zult/zal gevierd hebben jij zult/zal gevierd hebben
hij/zij/het zal gevierd hebben hij/zij/het zal gevierd hebben
wij zullen gevierd hebben wij zullen gevierd hebben
jullie zullen gevierd hebben jullie zullen gevierd hebben
zij zullen gevierd hebben zij zullen gevierd hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Nederlands Nederlands
ik zou vieren ik zou vieren
jij zou vieren jij zou vieren
hij/zij/het zou vieren hij/zij/het zou vieren
wij zouden vieren wij zouden vieren
jullie zouden vieren jullie zouden vieren
zij zouden vieren zij zouden vieren

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Nederlands Nederlands
ik zou gevierd hebben ik zou gevierd hebben
jij zou gevierd hebben jij zou gevierd hebben
hij/zij/het zou gevierd hebben hij/zij/het zou gevierd hebben
wij zouden gevierd hebben wij zouden gevierd hebben
jullie zouden gevierd hebben jullie zouden gevierd hebben
zij zouden gevierd hebben zij zouden gevierd hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Nederlands Nederlands
Vier! Vier!