Hoofdzinnen en ja/nee-vragen Delen Gekopieerd!
Bij een ja/nee-vraag is het antwoord altijd ja of nee.
Grammatica: Hoofdzinnen en ja/nee-vragen
A1 Nederlands Vraagszin structuur
Niveau: A1
Module 1: Jezelf voorstellen (Jezelf voorstellen)
Les 8: Adres en contactgegevens. (Adres en contactgegevens.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 15 minuten
Audio en video
- Een hoofdzin volgt de volgorde: subject - werkwoord - rest
- Een ja/nee-vraag begint met het werkwoord, gevolgd door het subject. De andere zinsdelen blijven op hun plaats.
Zinstype | Voorbeeld |
---|---|
Hoofdzin | Ik kom uit Engeland. Ik woon nu in Utrecht. Jan leest een boek in zijn kamer. |
Ja/nee-vraag | Woon je in Utrecht? Krijg je morgen bezoek? Zijn je ouders daar op vakantie? Schijnt de zon deze week? |
Oefening 1: Hoofdzinnen en ja/nee-vragen
Instructie: Vul het juiste woord in.
kom, Woon, Zijn, woon
Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
kom
kom
2
Woon
Woon
3
woon
woon
4
Zijn
Zijn