10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Vraagwoorden (hoe, hoeveel, waar, wanneer)

Vraagwoorden zoals hoe, hoeveel, waar, wanneer worden gebruikt om informatie te vragen. Voorbeelden: Hoe laat is het?, Waar woon je?.

Grammatica: Vraagwoorden (hoe, hoeveel, waar, wanneer)

A1 Nederlands Vraagwoorden wanneer hoeveel

Niveau: A1

Module 1: Jezelf voorstellen (Jezelf voorstellen)

Les 6: Je leeftijd zeggen (Je leeftijd zeggen)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 15 minuten

Audio en video

  1. Vorming van een vraagzin: Vraagwoord + persoonsvorm + onderwerp + rest van de zin.
  2. Vraagwoorden staan meestal vooraan in de zin.
VraagwoordGebruikVoorbeeld
Hoe (Hoe)Wijze of toestandHoe gaat het?
Hoeveel (Hoeveel)Aantal of hoeveelheidHoeveel broers heb je?
Waar (Waar)PlaatsWaar woon je?
Wanneer (Wanneer)TijdWanneer ben je jarig?

Uitzonderingen!

  1. "Hoeveel" wordt alleen gebruikt voor aantallen, niet voor frequentie.

Oefening 1: Vraagwoorden (hoe, hoeveel, waar, wanneer)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Wanneer, Hoeveel, Hoe, Waar

1.
... voel je je vandaag?
(Hoe voel je je vandaag?)
2.
... heet jouw oma?
(Hoe heet jouw oma?)
3.
... jaar ben je?
(Hoeveel jaar ben je?)
4.
... cadeaus heb je gekregen?
(Hoeveel cadeaus heb je gekregen?)
5.
... is jouw verjaardag?
(Wanneer is jouw verjaardag?)
6.
... woon jij?
(Waar woon jij?)
7.
... kom jij vandaan?
(Waar kom jij vandaan?)
8.
... komt jouw tante op bezoek?
(Wanneer komt jouw tante op bezoek?)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Hoe


Hoe

2

Waar


Waar

3

Hoeveel


Hoeveel

4

Wanneer


Wanneer