10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))

Gebruik "wie" voor personen, "wat" voor dieren of zaken en "welk(e)" bij zelfstandige naamwoorden.

Grammatica: Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))

A1 Nederlands Vraagwoorden waar welke wat

Niveau: A1

Module 1: Jezelf voorstellen (Jezelf voorstellen)

Les 7: Beroepen en studies (Beroepen en studies)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 15 minuten

Audio en video

  1. "Wie" vraagt naar één of meer personen.
  2. "Wat"vraagt naar dieren of zaken.
  3. "Welk(e)" gebruik je bij zelfstandige naamwoorden.
Vraagwoord (Vraagwoord)Gebruik (Gebruik)Voorbeeldzin (Voorbeeldzin)
Wie (Wie)Personen (Personen)Wie werkt als dokter? (Wie werkt als dokter?)
Wat (Wat)Dieren of zaken (Dieren of zaken)Wat is je favoriete studie? (Wat is je favoriete studie?)
Welk(e) (Welk(e))Zelfstandige naamwoorden (Zelfstandige naamwoorden)Welk cadeau wil je? (Welk cadeau wil je?)

Uitzonderingen!

  1. "Welk" gebruik je bij het-woorden.
  2. "Welke" gebruik je bij de-woorden en meervoud.

Oefening 1: Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Welke, Wat, Welk, Wie

1.
... cadeau heb je gekregen?
(Welk cadeau heb je gekregen?)
2.
... werkt als politieagent?
(Wie werkt als politieagent?)
3.
... taal spreek je thuis?
(Welke taal spreek je thuis?)
4.
... is je baas?
(Wie is je baas?)
5.
... is je favoriete studie?
(Wat is je favoriete studie?)
6.
... leraar geeft les in jouw school?
(Welke leraar geeft les in jouw school?)
7.
... heb je op de markt gekocht?
(Wat heb je op de markt gekocht?)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Welk


Welk

2

Welke


Welke

3

Wie


Wie

4

Wat


Wat