Woordenschat (16) Delen Gekopieerd!
Grammatica
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Gespreksoefening Delen Gekopieerd!
- Noem de beroepen van elke persoon. (Noem de beroepen van elke persoon.)
- Wat is uw beroep? (Wat is uw beroep?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
De jongeman is een student. De jongeman is een student. |
De vrouw is monteur. De vrouw is monteur. |
Michael is een politieagent. Michael is een politieagent. |
Giulia is een journalist. Giulia is een journalist. |
Wat doe je voor werk? Wat doe je voor werk? |
Ik ben een leraar. Ik ben een leraar. |
... |
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De student
De student
2
De leraar
De leraar
3
De bestuurder
De bestuurder
4
De politieagent
De politieagent
5
Studeren
Studeren
Oefening 3: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.
werken, werkt, doen, werk
Oefening 4: Vraagwoorden (wie, wat, welk(e))
Instructie: Vul het juiste woord in.
Welke, Wat, Welk, Wie
Aanvullend leermateriaal Delen Gekopieerd!
Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel Delen Gekopieerd!
Kernwoordenschat
(16):
Werkwoorden: 1,
Zelfstandige naamwoorden: 15,
Contextwoordenschat:
4
Nederlands | Nederlands |
---|---|
De advocaat | De advocaat |
De bestuurder | De bestuurder |
De brandweerman | De brandweerman |
De dokter | De dokter |
De ingenieur | De ingenieur |
De journalist | De journalist |
De kapper | De kapper |
De kok | De kok |
De leraar | De leraar |
De manager | De manager |
De monteur | De monteur |
De ober | De ober |
De politieagent | De politieagent |
De student | De student |
De verpleger | De verpleger |
Studeren | Studeren |
Wat | Wat |
Welk | Welk |
Welke | Welke |
Wie | Wie |
Bijlage 2: Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Werken werken Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik werk | ik werk |
jij werkt | jij werkt |
hij/zij/het werkt | hij/zij/het werkt |
wij werken | wij werken |
jullie werken | jullie werken |
zij werken | zij werken |
Doen doen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik doe | ik doe |
jij doet | jij doet |
hij/zij/het doet | hij/zij/het doet |
wij doen | wij doen |
jullie doen | jullie doen |
zij doen | zij doen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.