10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.15: Dagelijks eten - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Aankomen


Aankomen

2

Het moment


Het moment

3

De sneeuw


De sneeuw

4

De tweede


De tweede

5

Pinksteren


Pinksteren

Oefening 3: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.

Toon vertaling Toon antwoorden

vertrekken, herinneren, voel, voelen, gaan

1.
Ik ... de wind vandaag.
(Ik voel de wind vandaag.)
2.
Zij ... zich de zesde verjaardag.
(Zij herinneren zich de zesde verjaardag.)
3.
Wij ... de temperatuur fris.
(Wij voelen de temperatuur fris.)
4.
Jullie ... na de middag.
(Jullie vertrekken na de middag.)
5.
Zij ... in de herfst naar het bos.
(Zij gaan in de herfst naar het bos.)

Oefening 4: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. In de zomer is het vaak zonnig.
In de zomer is het vaak zonnig.
2. Vroege ochtenden zijn koel.
Vroege ochtenden zijn koel.
3. Vandaag is het weer zonnig en warm.
Vandaag is het weer zonnig en warm.
4. 's Morgens is de temperatuur fris.
's Morgens is de temperatuur fris.
5. Wij vieren oud en nieuw 's avonds.
Wij vieren oud en nieuw 's avonds.