Nederlands A1.18: Dingen vragen - herhalingsoefeningen
Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.
Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.
Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)
Instructie: Vul het juiste woord in.
tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait
Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Ontbijten
Ontbijten
2
Oud en nieuw
Oud en nieuw
3
Het moment
Het moment
4
De wortel
De wortel
5
Hoe laat is het?
Hoe laat is het?
Oefening 3: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.
komen aan, vertrek, vertrekt, vertrekken
Oefening 4: Vertaal en maak zinnen
Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.