10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.18: Dingen vragen - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Ontbijten


Ontbijten

2

Oud en nieuw


Oud en nieuw

3

Het moment


Het moment

4

De wortel


De wortel

5

Hoe laat is het?


Hoe laat is het?

Oefening 3: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.

Toon vertaling Toon antwoorden

komen aan, vertrek, vertrekt, vertrekken

1.
Zij ... om exact één uur.
(Zij komen aan om exact één uur.)
2.
Ik ... om stipt acht uur.
(Ik vertrek om stipt acht uur.)
3.
Wij ... om half drie.
(Wij komen aan om half drie.)
4.
Wij ... om vijf over half drie.
(Wij vertrekken om vijf over half drie.)
5.
Jij ... om kwart over zeven.
(Jij vertrekt om kwart over zeven.)

Oefening 4: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Het is vijf voor vier, bijna tijd om te vertrekken.
Het is vijf voor vier, bijna tijd om te vertrekken.
2. De week begint op maandag.
De week begint op maandag.
3. Het is kwart over drie in de middag op woensdag.
Het is kwart over drie in de middag op woensdag.
4. Ik was me 's morgens.
Ik was me 's morgens.
5. Ik eet een wortel vandaag.
Ik eet een wortel vandaag.