10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.19: Prijzen en geld - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De suiker


De suiker

2

Beginnen


Beginnen

3

Zich aankleden


Zich aankleden

4

Kerstmis


Kerstmis

5

Hoeveel?


Hoeveel?

Oefening 4: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Vandaag is de feestdag zonnig en warm.
Vandaag is de feestdag zonnig en warm.
2. Hoeveel eieren heb je nodig voor het huisgemaakte recept?
Hoeveel eieren heb je nodig voor het huisgemaakte recept?
3. Vandaag drink ik de koffie.
Vandaag drink ik de koffie.
4. Ik was me 's morgens.
Ik was me 's morgens.
5. Waarom is de ui in het huisgemaakt recept met de kaas?
Waarom is de ui in het huisgemaakt recept met de kaas?