Nederlands A1.2: Je naam zeggen - herhalingsoefeningen
Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.
Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.
Oefening 1: Grammatica-overzicht van les 1
Instructie: Vul het juiste woord in.
Zij, Ik, Wij, U, Het
Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Zijn
Zijn
2
Tot ziens
Tot ziens
3
Goedemorgen
Goedemorgen
4
Hebben
Hebben
5
Tot morgen
Tot morgen
Oefening 3: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.
zijn, ben, heeft, heb
Oefening 4: Vertaal en maak zinnen
Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.