10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.31: Ons huis - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De koorts


De koorts

2

Mediteren


Mediteren

3

Geblesseerd


Geblesseerd

4

De dorst


De dorst

5

Het medicijn


Het medicijn

Oefening 3: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Hij is eerlijk en altijd vriendelijk.
Hij is eerlijk en altijd vriendelijk.
2. Deze jongen is slim en vriendelijk.
Deze jongen is slim en vriendelijk.
3. Jullie ontspannen je met wat muziek.
Jullie ontspannen je met wat muziek.
4. Jullie ontmoeten de vriend op het feest.
Jullie ontmoeten de vriend op het feest.
5. Hij voelt de honger en wordt een beetje moe.
Hij voelt de honger en wordt een beetje moe.