10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.37: Jouw huisdieren - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De loft


De loft

2

De koelkast


De koelkast

3

Het strijkijzer


Het strijkijzer

4

De kom


De kom

5

De lamp


De lamp

Oefening 3: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Zet de kom op de tafel in de eetkamer.
Zet de kom op de tafel in de eetkamer.
2. De bloem staat mooi in de tuin.
De bloem staat mooi in de tuin.
3. De douche is in de badkamer naast het toilet.
De douche is in de badkamer naast het toilet.
4. De lamp staat op de tafel in de woonkamer.
De lamp staat op de tafel in de woonkamer.
5. Ik leg de lepel op de tafel in de eetkamer.
Ik leg de lepel op de tafel in de eetkamer.