10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.40: Sport en beweging - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

tussen, gaan, Het sneeuwt, zesentwintigste, Het waait

1. Waaien:
... hard langs de kust.
(Het waait hard langs de kust.)
2.
De winkel is gesloten ... twaalf en één uur.
(De winkel is gesloten tussen twaalf en één uur.)
3. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
4. Sneeuwen:
... in de bergen in de winter.
(Het sneeuwt in de bergen in de winter.)
5.
Volgend jaar ... we samen reizen.
(Volgend jaar gaan we samen reizen.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De hypotheek


De hypotheek

2

Het nagerecht


Het nagerecht

3

Nemen


Nemen

4

Het hoofdgerecht


Het hoofdgerecht

5

Klaar


Klaar

Oefening 3: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Wij aaien de konijnen op de boerderij.
Wij aaien de konijnen op de boerderij.
2. Ik bestel het drankje in het restaurant.
Ik bestel het drankje in het restaurant.
3. De huisbaas toont het appartement aan de nieuwe huurder.
De huisbaas toont het appartement aan de nieuwe huurder.
4. De schildpad loopt langzaam door de tuin onder de blauwe lucht.
De schildpad loopt langzaam door de tuin onder de blauwe lucht.
5. Ik reserveer een kamer in het hotel.
Ik reserveer een kamer in het hotel.