10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Nederlands A1.7: Beroepen en studies - herhalingsoefeningen

Deze oefeningen kunnen samen met de docent worden gedaan om de les te beginnen.

Terug naar les

Deze oefeningen herhalen de laatste 5 lessen en kunnen aan het begin van de les of als huiswerk worden gedaan ter voorbereiding van de les.

Oefening 1: Grammatica-herhalingsoefening (laatste 5 lessen)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Hoeveel, het, vijf, baby’s, een

1. Baby:
Mijn buurvrouw heeft twee ....
(Mijn buurvrouw heeft twee baby’s.)
2. 5:
Er staan ... stoelen rond de tafel.
(Er staan vijf stoelen rond de tafel.)
3.
Ik bestel ... menu van de dag.
(Ik bestel het menu van de dag.)
4.
Wij drinken ... glas rode wijn.
(Wij drinken een glas rode wijn.)
5.
... cadeaus heb je gekregen?
(Hoeveel cadeaus heb je gekregen?)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Het jaar


Het jaar

2

Het kleinkind


Het kleinkind

3

Zeggen


Zeggen

4

Jong


Jong

5

Zich voorstellen


Zich voorstellen

Oefening 3: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies het juiste werkwoord en de juiste tijd.

Toon vertaling Toon antwoorden

praten, heet, worden, praat, heten

1.
Hij ... met zijn familie.
(Hij praat met zijn familie.)
2.
Wij ... allemaal anders.
(Wij heten allemaal anders.)
3.
Jullie ... jonger met elk jaar.
(Jullie worden jonger met elk jaar.)
4.
Ik ... jan.
(Ik heet jan.)
5.
Wij ... over de kinderen.
(Wij praten over de kinderen.)

Oefening 4: Vertaal en maak zinnen

Instructie: Vertaal de woorden en zinnen hieronder.

1. Wij stellen ons voor aan de jongen.
Wij stellen ons voor aan de jongen.
2. Wij tellen tot negentig in de taal van Nederland.
Wij tellen tot negentig in de taal van Nederland.
3. Zij is de vrouw die ik net ontmoette.
Zij is de vrouw die ik net ontmoette.
4. Ik kom uit Zwitserland, aangenaam.
Ik kom uit Zwitserland, aangenaam.
5. Ik kom uit Italië, aangenaam.
Ik kom uit Italië, aangenaam.