10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Wil je eindelijk Nederlands spreken? Boek een les met een van onze docenten!

Schrijf je nu in!

Woordenschat (14)

 Aanbieden (aanbieden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Wij bieden el vino aan.

Show

Wij bieden el vino aan. Show

Aanbieden

Show

Aanbieden Show

 Boodschappen doen (boodschappen doen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Wij doen boodschappen voor het avondeten.

Show

Wij doen boodschappen voor het avondeten. Show

Boodschappen doen

Show

Boodschappen doen Show

 De cassière: De cassière (Nederlands)

Waar is de cassière in de winkel?

Show

Waar is de cassière in de winkel? Show

De cassière

Show

De cassière Show

 Het fruit: Het fruit (Nederlands)

Hoeveel kost het fruit bij de supermarkt?

Show

Hoeveel kost het fruit bij de supermarkt? Show

Het fruit

Show

Het fruit Show

 De groente: De groente (Nederlands)

Hoeveel kost de groente in de winkel?

Show

Hoeveel kost de groente in de winkel? Show

De groente

Show

De groente Show

 De markt: De markt (Nederlands)

Hoeveel kosten de appels op de markt?

Show

Hoeveel kosten de appels op de markt? Show

De markt

Show

De markt Show

 Koekjes: Koekjes (Nederlands)

Wil jij een koekje kopen in de winkel?

Show

Wil jij een koekje kopen in de winkel? Show

Koekjes

Show

Koekjes Show

 De supermarkt: De supermarkt (Nederlands)

Hij zoekt de supermarkt voor korting.

Show

Hij zoekt de supermarkt voor korting. Show

De supermarkt

Show

De supermarkt Show

 De vis: De vis (Nederlands)

Hoeveel kost de vis in de supermarkt?

Show

Hoeveel kost de vis in de supermarkt? Show

De vis

Show

De vis Show

 Het vlees: Het vlees (Nederlands)

De prijs van het vlees is duur in de winkel.

Show

De prijs van het vlees is duur in de winkel. Show

Het vlees

Show

Het vlees Show

 De yoghurt: De yoghurt (Nederlands)

Ik koop de yoghurt in de supermarkt.

Show

Ik koop de yoghurt in de supermarkt. Show

De yoghurt

Show

De yoghurt Show

 De kassa: De kassa (Nederlands)

Hoeveel kost het bij de kassa?

Show

Hoeveel kost het bij de kassa? Show

De kassa

Show

De kassa Show

 Het winkelkarretje: Het winkelkarretje (Nederlands)

Hij duwt het winkelkarretje in de supermarkt.

Show

Hij duwt het winkelkarretje in de supermarkt. Show

Het winkelkarretje

Show

Het winkelkarretje Show

 Nodig hebben: Nodig hebben (Nederlands)

Ik heb appels en melk nodig uit de supermarkt.

Show

Ik heb appels en melk nodig uit de supermarkt. Show

Nodig hebben

Show

Nodig hebben Show

Gespreksoefening

  1. Welke items wil je kopen van de getoonde afbeeldingen? (Welke items wil je kopen van de getoonde afbeeldingen?)
  2. Waar koop je liever je boodschappen? Op een markt of in een supermarkt? (Waar koop je het liefst je eten? Op een markt of in een supermarkt?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Wat moet je kopen?

Wat moet je kopen?

Ik wil wat fruit kopen.

Ik wil wat fruit kopen.

Ik heb appels en sinaasappels nodig.

Ik heb appels en sinaasappels nodig.

Ik wil wat koekjes kopen.

Ik wil wat koekjes kopen.

Ik moet vlees en vis kopen.

Ik moet vlees en vis kopen.

Ik geef de voorkeur aan het kopen van mijn eten op de markt.

Ik geef de voorkeur aan het kopen van mijn eten op de markt.

...

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Het winkelkarretje


Het winkelkarretje

2

Het fruit


Het fruit

3

Koekjes


Koekjes

4

De supermarkt


De supermarkt

5

De cassière


De cassière

Aanvullend leermateriaal

Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel

Kernwoordenschat (14): Werkwoorden: 2, Zelfstandige naamwoorden: 11, Zinnen / woordcombinatie: 1

Nederlands Nederlands
Aanbieden Aanbieden
Boodschappen doen Boodschappen doen
De cassière De cassière
De groente De groente
De kassa De kassa
De markt De markt
De supermarkt De supermarkt
De vis De vis
De yoghurt De yoghurt
Het fruit Het fruit
Het vlees Het vlees
Het winkelkarretje Het winkelkarretje
Koekjes Koekjes
Nodig hebben Nodig hebben

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏