10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Wil je eindelijk Nederlands spreken? Boek een les met een van onze docenten!

Schrijf je nu in!

Woordenschat (13)

 Breed: Breed (Nederlands)

Deze lijn is breed en blauw.

Show

Deze lijn is breed en blauw. Show

Breed

Show

Breed Show

 Recht: Recht (Nederlands)

De lijn is recht en geel.

Show

De lijn is recht en geel. Show

Recht

Show

Recht Show

 Krom: Krom (Nederlands)

De lijn is krom.

Show

De lijn is krom. Show

Krom

Show

Krom Show

 De cirkel: De cirkel (Nederlands)

Zie de cirkel in de tekening.

Show

Zie de cirkel in de tekening. Show

De cirkel

Show

De cirkel Show

 De driehoek: De driehoek (Nederlands)

Zij ziet de driehoek in de lucht.

Show

Zij ziet de driehoek in de lucht. Show

De driehoek

Show

De driehoek Show

 Het vierkant: Het vierkant (Nederlands)

Dit vierkant is groot en groen.

Show

Dit vierkant is groot en groen. Show

Het vierkant

Show

Het vierkant Show

 De rechthoek: De rechthoek (Nederlands)

Deze rechthoek is groot en groen.

Show

Deze rechthoek is groot en groen. Show

De rechthoek

Show

De rechthoek Show

 Laag: Laag (Nederlands)

Het is een laag geluid.

Show

Het is een laag geluid. Show

Laag

Show

Laag Show

 Smal: Smal (Nederlands)

De lijn is smal en wit.

Show

De lijn is smal en wit. Show

Smal

Show

Smal Show

 De lijn: De lijn (Nederlands)

Deze lijn is heel recht en lang.

Show

Deze lijn is heel recht en lang. Show

De lijn

Show

De lijn Show

 Zwaar: Zwaar (Nederlands)

De bal is zwaar.

Show

De bal is zwaar. Show

Zwaar

Show

Zwaar Show

 Hoog: Hoog (Nederlands)

De muur is hoog en stevig.

Show

De muur is hoog en stevig. Show

Hoog

Show

Hoog Show

 Licht: Licht (Nederlands)

Dat licht is erg helder.

Show

Dat licht is erg helder. Show

Licht

Show

Licht Show

Gespreksoefening

  1. Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze. (Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze.)
  2. Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, ... ? (Vraag de anderen wat ze liever hebben. Kleinere of grotere auto's, .... ?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Deze auto is klein en oud.

Deze auto is klein en oud.

Die auto is groter en nieuwer.

Die auto is groter en nieuwer.

De jongens dragen bredere broeken.

De jongens dragen bredere broeken.

Welke auto heb je liever?

Welke auto heb je liever?

Ik geef de voorkeur aan een kleinere maar nieuwe auto.

Ik geef de voorkeur aan een kleinere maar nieuwe auto.

Ik geef de voorkeur aan oude auto's.

Ik geef de voorkeur aan oude auto's.

...

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Hoog


Hoog

2

Recht


Recht

3

Het vierkant


Het vierkant

4

De lijn


De lijn

5

Zwaar


Zwaar

Aanvullend leermateriaal

Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel

Kernwoordenschat (13): Bijvoeglijke naamwoorden: 8, Zelfstandige naamwoorden: 5,

Nederlands Nederlands
Breed Breed
De cirkel De cirkel
De driehoek De driehoek
De lijn De lijn
De rechthoek De rechthoek
Het vierkant Het vierkant
Hoog Hoog
Krom Krom
Laag Laag
Licht Licht
Recht Recht
Smal Smal
Zwaar Zwaar

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏