10K+ studenten - 4.8/5

Leer met een leraar Inclusief leermaterialen Oefen conversatie

Wil je eindelijk Nederlands spreken? Boek een les met een van onze docenten!

Schrijf je nu in!

Woordenschat (11)

 De eerste: De eerste (Nederlands)

Zij is de eerste bij de leraar.

Show

Zij is de eerste bij de leraar. Show

De eerste

Show

De eerste Show

 De tweede: De tweede (Nederlands)

Morgen is de tweede zonnige dag.

Show

Morgen is de tweede zonnige dag. Show

De tweede

Show

De tweede Show

 De derde: De derde (Nederlands)

's Middags zien we de derde zon.

Show

's Middags zien we de derde zon. Show

De derde

Show

De derde Show

 De vierde: De vierde (Nederlands)

Vandaag is de vierde dag van de week.

Show

Vandaag is de vierde dag van de week. Show

De vierde

Show

De vierde Show

 De vijfde: De vijfde (Nederlands)

's Middags komt de vijfde bezoeker aan.

Show

's Middags komt de vijfde bezoeker aan. Show

De vijfde

Show

De vijfde Show

 De zesde: De zesde (Nederlands)

De zesde dag is vrijdag.

Show

De zesde dag is vrijdag. Show

De zesde

Show

De zesde Show

 De zevende: De zevende (Nederlands)

De zevende dag is zonnig en warm.

Show

De zevende dag is zonnig en warm. Show

De zevende

Show

De zevende Show

 De achtste: De achtste (Nederlands)

De achtste dag is zonnig.

Show

De achtste dag is zonnig. Show

De achtste

Show

De achtste Show

 De negende: De negende (Nederlands)

Vandaag is het de negende dag.

Show

Vandaag is het de negende dag. Show

De negende

Show

De negende Show

 De tiende: De tiende (Nederlands)

De tiende dag is zonnig en warm.

Show

De tiende dag is zonnig en warm. Show

De tiende

Show

De tiende Show

 Herinneren (herinneren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Jullie herinneren de vijfde verjaardag.

Show

Jullie herinneren de vijfde verjaardag. Show

Herinneren

Show

Herinneren Show

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Gespreksoefening

  1. Op welke verdieping woont elke persoon? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Stevan woont op de negende verdieping.

Stevan woont op de negende verdieping.

Catherine woont op de tiende verdieping.

Catherine woont op de tiende verdieping.

Giulia woont op de eerste verdieping.

Giulia woont op de eerste verdieping.

Je woont in een appartement op de zesde verdieping.

Je woont in een appartement op de zesde verdieping.

Op welke verdieping woon je?

Op welke verdieping woon je?

Ik woon op de begane grond.

Ik woon op de begane grond.

...

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.

Toon antwoorden Toon vertaling
1.
de week. | de vierde | dag van | Vandaag is
Vandaag is de vierde dag van de week.
(Vandaag is de vierde dag van de week.)
2.
is | de | dag. | Morgen | tweede | zonnige
Morgen is de tweede zonnige dag.
(Morgen is de tweede zonnige dag.)
3.
aan. | vijfde bezoeker | komt de | s Middags
's Middags komt de vijfde bezoeker aan.
('s Middags komt de vijfde bezoeker aan.)
4.
zonnig. | achtste | dag | is | De
De achtste dag is zonnig.
(De achtste dag is zonnig.)
5.
dag is | warm. | De zevende | zonnig en
De zevende dag is zonnig en warm.
(De zevende dag is zonnig en warm.)
6.
tweede | dag. | herinnert | je | Jij | de
Jij herinnert je de tweede dag.
(Jij herinnert je de tweede dag.)
7.
zon. | s Middags | de derde | zien we
's Middags zien we de derde zon.
('s Middags zien we de derde zon.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De zevende


De zevende

2

De tweede


De tweede

3

De derde


De derde

4

De negende


De negende

5

De vijfde


De vijfde

Oefening 3: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

herinneren, herinner, herinnert

1.
Zij ... zich de zesde verjaardag.
(Zij herinneren zich de zesde verjaardag.)
2.
Jij ... je de tweede dag.
(Jij herinnert je de tweede dag.)
3.
Hij ... zich de derde dag.
(Hij herinnert zich de derde dag.)
4.
Ik ... de eerste dag.
(Ik herinner de eerste dag.)
5.
Wij ... ons de vierde dag.
(Wij herinneren ons de vierde dag.)
6.
Jullie ... de vijfde verjaardag.
(Jullie herinneren de vijfde verjaardag.)

Oefening 4: Rangtelwoorden

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Negentigste, zesentwintigste, achtste, vierde, derde, zestigste, tweede, eerste

1. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
2. 8:
Het is de ... keer dat ik hier ben.
(Het is de achtste keer dat ik hier ben.)
3. 2:
Mijn zoon viert zijn ... verjaardag.
(Mijn zoon viert zijn tweede verjaardag.)
4. 90:
Mijn opa viert zijn ... verjaardag morgen.
(Mijn opa viert zijn Negentigste verjaardag morgen.)
5. 4:
We beginnen de ... oktober met het project.
(We beginnen de vierde oktober met het project.)
6. 60:
Veel piloten gaan op hun ... al met pensioen.
(Veel piloten gaan op hun zestigste al met pensioen.)
7. 1:
Het is vandaag de ... juni.
(Het is vandaag de eerste juni.)
8. 3:
Mijn zoon is ... geworden in de zwemwedstrijd.
(Mijn zoon is derde geworden in de zwemwedstrijd.)

Aanvullend leermateriaal

Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel

Kernwoordenschat (11): Werkwoorden: 1, Zelfstandige naamwoorden: 10,
Contextwoordenschat: 3

Nederlands Nederlands
De achtste De achtste
De derde De derde
De eerste De eerste
De negende De negende
De tiende De tiende
De tweede De tweede
De vierde De vierde
De vijfde De vijfde
De zesde De zesde
De zevende De zevende
Herinneren Herinneren
Negentigste Negentigste
Zesentwintigste Zesentwintigste
Zestigste Zestigste

Bijlage 2: Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Herinneren herinneren

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)

Nederlands Nederlands
ik herinner ik herinner
jij herinnert jij herinnert
hij/zij/het herinnert hij/zij/het herinnert
wij herinneren wij herinneren
jullie herinneren jullie herinneren
zij herinneren zij herinneren

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏