Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Gespreksoefening Delen Gekopieerd!
- Leg uit welke vervoermiddelen Juan moet nemen voordat hij op zijn kantoor aankomt. (Leg uit welk vervoer Juan moet nemen voordat hij op zijn kantoor aankomt.)
- Welke vervoersmiddel gebruik je om naar je werk te gaan? (Welke vervoermiddel gebruik je om naar je werk te gaan?)
- Ken je iemand die een heel lange weg naar het werk heeft? Welk vervoer gebruiken zij? (Ken je iemand die een hele lange weg naar werk heeft? Welk vervoer gebruiken ze?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Juan neemt de bus. Juan neemt de bus. |
Daarna,... Daarna,... |
Ik loop door een park en neem een bus om naar mijn werk te gaan. Ik loop door een park en neem een bus om naar mijn werk te gaan. |
Ik neem altijd de fiets om naar mijn werk te gaan. Ik neem altijd de fiets om naar mijn werk te gaan. |
Elke vrijdag neem ik de auto, maar op de andere dagen neem ik de bus. Elke vrijdag neem ik de auto, maar op de andere dagen neem ik de bus. |
Mijn broer heeft een lange reis naar zijn werk. Hij moet een bus nemen en dan een trein en vervolgens moet hij 15 minuten lopen. Mijn broer heeft een lange reis naar zijn werk. Hij moet een bus nemen en dan een trein en vervolgens moet hij 15 minuten lopen. |
... |
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De auto
De auto
2
Te voet
Te voet
3
De fiets
De fiets
4
De taxi
De taxi
5
De boot
De boot
Aanvullend leermateriaal Delen Gekopieerd!
Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel Delen Gekopieerd!
Kernwoordenschat (12): Werkwoorden: 2, Zelfstandige naamwoorden: 9, Zinnen / woordcombinatie: 1
Nederlands | Nederlands |
---|---|
De auto | De auto |
De boot | De boot |
De bus | De bus |
De fiets | De fiets |
De metro | De metro |
De taxi | De taxi |
De tram | De tram |
De trein | De trein |
Het vliegtuig | Het vliegtuig |
Rijden | Rijden |
Te voet | Te voet |
Vliegen | Vliegen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.